bloeien, als het zuiderpark in juni..

“Mijn zus is gewoon een lui mormel, daar ken ik zo boos om worden, dan denk ik: er is niets met je aan de hand joh, ga eens even wat met je leven doen.” Als Maaike net binnen is op een gure dag, dan zie je haar oogcontact met je zoeken door de niet beslagen stukjes van haar bril.

Maaike (27) is stagiaire MMZ bij hotspot hutspot, medewerker maatschappelijke zorg. Rotterdamser hebben we ze op het moment bijna niet. Thuis zit ze tussen de zussen, die wel of niet lekker aan de toekomst aan het werken zijn en een broer die ZZP-schilder is. Maaike doet voor hem de facturen. Op haar stage komt ze aanrijden met een karakteristiek paars mormel van een autootje, wat daardoor weer heel charmant is. Haar vorige stage paste niet goed bij haar en heeft ze eigenlijk een beetje verpest door op de verkeerde manier te klagen over haar stagebegeleider. Sinds die tijd zit haar SLB-er in haar nek te hijgen en is niet snel tevreden met het werk dat Maaike levert. Ze zit in haar laatste jaar en deze stage moet nu toch echt wel even een succes worden.

Maaike moest even wortelen bij ons, voor ze ging bloeien. Probeer ook maar eens je maatschappelijk begeleidende rol te pakken als je bij ons in de keuken komt. Je kijkt eerst je ogen uit van deze bonte stoet culturen, leeftijden en karakters die hier de melodie bepalen. Toch heeft ze in overleg met de locatieleider een projectje voor haar stage gevonden. “Denzel willen we altijd al wat meer aandacht geven, dus als jij hem op sleeptouw neemt en kijkt of je hier je stage-opdrachten omheen kan bouwen…” De opdrachten van een MMZ-stagiaire, voor het begeleiden van specifieke doelgroepen, gaan kortgezegd over het begeleiden van een ‘cliënt’ en daarbij het bevorderen van vaardigheden en zelfredzaamheid op diverse gebieden van iemands leven. Haar motivatie: ”Ik wil mensen helpen. Ik denk door de dingen die ik meegemaakt heb, dat ik iets kan betekenen voor anderen.”

Voor haar project begon vertrok ze steeds stilletjes naar de spoelkeuken om daar hard te werken en zat ze in de pauze alleen met haar medestagiaire. Toen het project begon, ontpopte Maaike zich als de meest strenge juf die je je kan voorstellen, maar dit bleek niet goed te werken. Zoekend naar haar begeleidende rol bleek ze als snel de juiste snaar te hebben gevonden. Binnen een paar weken liet Maaike haar eerste werkstuk over cliënt D. zien. Haar analyse over Denzel was indrukwekkend. Denzel (15) is een uitdaging in de keuken wat betreft concentratie, toegewezen taken, telefoongebruik, geintjes maken op elk onhandig moment, spelend rondrennen, flirtgedrag. “Denzel heeft baat bij een positieve benadering.” horen we zijn school in gedachte zeggen. Maaike won binnen een paar dagen zijn vertrouwen en kreeg wél van hem te horen wie hij echt is. En geloof ons, er zijn leukere omstandigheden om in op te groeien, kwamen we door deze analyse achter. 

En het mes snijdt dus aan meerdere kanten: Denzel krijgt steeds meer de ruimte die hem toekomt, Maaike kreeg een boost in haar zelfvertrouwen (haar stage werd meteen leuker en betekenisvoller) en de chef kan elke week iets gemakkelijker de mis-en-place uitzetten. Denzel krijgt zijn plek, Maaike bloeit als het Zuiderpark in juni en de chef heeft overzicht én is minder moe aan het eind van de dag. Maaike gaat meters maken en knallen om haar opdrachten voor elke deadline op tijd in te leveren, want haar talent voor werk in de maatschappelijke richting is ons al wel duidelijk.

Bij een stagegesprek schoof er nog een teamlid van hotspot hutspot aan om mee te denken over de invulling van haar stageopdrachten, wat Maaike niet had verwacht en waarvan ze zo schrok, dat ze bijna dacht dat haar stage weer voorbij was. Maar Maaike: naast dat we erg blij met je zijn denk je toch niet dat we dat paarse autootje nu al kunnen missen?

menu week 49

deze week:

  • wortelsalade met komijn en sinaasappel geserveerd met huisgebakken brood en kruidenboter
  • winterlasagna met cavalo nero en paddestoel
  • pompoenmousse met huisgebakken kruidnoot

Zo rijk 

Beeld je het volgende even in: De meest aanstekelijke lach uit de mond van een Antiliaans-Rotterdamse schat van een vrouw.

Daarbij krijg je een glunderend gezicht, grijzend kroeshaar en een knipogende gouden tand. Laten we haar Audrey noemen. In #kleinrdam wordt nooit iemands echte naam gebruikt.

Audrey (57) is vrijwilliger-plus bij ons in de keuken. Ze geeft leiding over verschillende dagdiensten en  is trouw en voorspelbaar. Zij is in Nederland bij een grote zorginstelling vrijwilliger geweest in keuken en restaurant, totdat die kassa voor de laatste keer rinkelde en ze vriendelijk bedankt werd voor haar inzet. Hierna is Audrey bij hotspot hutspot gekomen. Dit was wel even wennen, want van een maaltijd in een kunststof bakje met drie vakjes, even ontdooien en opwarmen in de oven, werkt Audrey nu bij ons met meer verse ingrediënten dan voorheen en is kant-en-klaar verleden tijd. Met goede smaak, een prettige manier van leidinggeven en fijn kookinzicht, heeft Audrey dit moeiteloos opgepakt.

Een aanpakker, met een kneiterwarm hart. Geen ratelende kletser, maar een stille kracht die zorgt dat een mooi gerecht op tijd geserveerd kan worden.

Toch heeft Audrey eigenlijk helemaal geen instelling of organisatie nodig om voor anderen bezig te zijn. Langer dan 28 jaar geleden, want zo lang is ze nu in Nederland, ving ze het ene na het andere kind op op Curaçao. Als ouders geen geld hadden, of geen stabiele omgeving konden geven. Als ouders moesten werken, of kinderen gewoon een plek nodig hadden om gezond te eten of goed te slapen. Ze moet nog maar eens een fotoboek laten zien hoe ze dat deed en hoe gezellig vol het er bij haar thuis uitzag. Hoe ze dit betaalde is ook een raadsel, want ze heeft hier voornamelijk zelf in geïnvesteerd. Zou haar salaris van het schoonmaakwerk in hotels en haar baantje in een snackbar hier voor een groot gedeelte aan op zijn gegaan?

Toen kwam ze naar Nederland met haar zus. Het lijkt net of er een rilling over haar rug loopt, want ze weet nog hoe koud het was. Ze kende de taal helemaal niet goed, maar kwam hier al snel in contact met oude bekenden, die haar op weg hielpen. En wat ze toen ging doen ligt bijna voor de hand. Gewoon waar ze goed in is: opvangen en ondersteunen en de deur opengooien voor wie bij Audrey in haar nest weer op wil warmen. Hier een maaltijd, daar een bedje, voor haar een jasje en voor hem nieuwe schoenen en een kopje thee. Hoeveel kinderen ze ooit heeft mogen helpen, weet ze echt niet meer. Even de ouders ontlasten en waar mogelijk bijsturen.

Laatst kwam ze een van die kleintjes uit Curaçao tegen, midden in Rotterdam. Wat een flinke kerel was dat geworden. Ze had hem dus al meer dan 28 jaar geleden voor het laatst gezien, maar ze herkenden elkaar meteen. “Ook Nederlandse jongens en meisjes hoor”, zegt ze. “Een van die Nederlandse jongens gaat binnenkort trouwen.” Lachend zegt ze: ”Ik wil een kasteel vol met kinderen, dan ga ik nooit meer koken en zorg ik dat ze om de beurt voor mij zorgen.”  Een lach van Audrey en iedereen in de nabije omgeving begint mee te stralen.

Afgelopen zomervakantie kwam er een leuke jongen van een jaar of elf met haar mee om te helpen bij hotspot hutspot, haar kleinzoon. Nou ja, voor het gemak noemde ze het maar haar kleinzoon, want eigenlijk is zijn vader een zoon van haar zus. Een ander familielid kwam ooit vragen of zij zijn kind een beetje op de rit kon krijgen: “Alleen als jijzelf je best gaat doen om iets van je leven te bakken!” Was haar strenge antwoord. En dat heeft geholpen, want die neef is nu na opleidingen en verschillende baantjes als jongerenwerker aan de slag in de buurt van het Centraal Station. Zo ziet Audrey het graag. Helpen tot iemand het zelf kan en dan loslaten. Ondertussen heeft ze door wat er in de keuken gebeurt en loopt ze weg om de pan van Jason te controleren op kwaliteit en hem verder op weg te helpen.

Zonder kasteel is ze al meer dan tevreden. Haar laatste vakantie was 10 jaar geleden, naar Willemstad. Volgend jaar hoopt ze weer te gaan. Ze heeft in Rotterdam haar appartementje, haar vrijwilligerswerk en haar dochters en kleindochters in Hoogvliet. Er zit geen klontje klagen of teleurstelling in haar verhalen. ‘s Avonds kookt ze thuis voor zichzelf, maar regelmatig wordt ze in haar flat op de zevende etage bij vrienden uitgenodigd om mee te eten. Vanavond niet: ze gaat naar haar dochter om te helpen met verfwerk in huis. En morgen ook niet, want dan gaan ze met een groepje ex-vrijwilligers van de eerder genoemde zorginstelling uit eten. Regelmatig eten ze nog samen aan een tafel voor 10 personen.

Wie weet of haar kleine grote droom nog uit gaat komen: Een eethuisje. Ze zou een duwtje en wat hulp kunnen gebruiken om dit te ondernemen, maar het zou er gezellig zijn, het eten lekker en vast niet duur. Audrey is tenslotte tevreden met genoeg. Zo rijk kom je ze niet elke dag tegen.

’wow, heb ik dat gemaakt?’

“Prinses, actrice, model, turnkampioen, juffrouw, stewardess, mode-ontwerper, burgermeester, danseres” Alsof degene die het snelst en het hardst een antwoord kan roepen zijn zin krijgt, begint de ‘kinderraad’ van Heijprak te roepen wat ze later willen worden. Denara (12), Paula(11) en Belle(10) zijn de namen die ze zelf gekozen hebben om in deze #kleinrdam mee te verschijnen. We worden even onderbroken door flatbewoonster mevrouw Kuiken, die ons op een speculaasje trakteert en vol trots laat zien dat ze in het plaatselijke krantje staat. Zestig jaar geleden uit Schiedam vertrokken en daarna altijd overtuigd Heijplater gebleven. Denara wacht beleefd haar beurt af en als het krantje vrijkomt laat ze met een glimlach de achterkant zien, waar zij dan weer opstaat met haar verhaal. Een opstel dat ze op school heeft geschreven is ingescand en gepubliceerd. Met zijn drieën hebben zij er misschien wel de meeste Heijprak-uren van iedereen in de wereld op zitten. Ze komen al sinds het begin helpen met koken. Ze hebben lieve, strenge, leuke en grappige herinneringen aan voormalige locatieleiders en vrijwilligers. Bedienen vinden ze vreselijk, maar als ze na het loten aan de beurt zijn om te bedienen, doen ze dit schattig en charmant. In hun achterhoofd weten ze dan dat ze de volgende keer in de keuken mogen helpen en met een beetje geluk elkaar helemaal onder de bloem kunnen smeren. “De BBQ buiten! Die was leuk.” “Nee, nee, nee, de dance-battle, dat was veel leuker”. Na democratisch overleg komen ze met zijn drieën overeen dat het misschien toch wel het leukste is, als ze zelf een toetje mogen maken.  Als hotspot hutspot dicht is, kijken ze televisie of spelen ze buiten, maar het enthousiasme knalt opeens een stuk minder uit hun kelen. “De speeltuin is saaaai en verder is er op Heijplaat niets te doen. Vorig jaar konden we nog snoepjes gaan kopen bij meneer Koster, dan kreeg je weleens een extra snoepje gratis. Zo lief! Maar die winkel is gesloten en meneer Koster is overleden. Zo zielig!” De dametjes worden er zelf een beetje stil van. Tegenwoordig moeten ze met de bus naar Slinge om boodschappen te doen. Het is voornamelijk Denara die het woord voert, maar Paula en Belle lijken het er ontroerend mee eens te zijn. “School is saaaaai”,  doorbreekt Paula de stilte.“Ja, echt hè!”, klinkt een Rotterdams duet aan dezelfde tafel. “Er zijn dit jaar weer allemaal nieuwe meesters en juffen op school gekomen.” “Weet je hoe jullie hotspot hutspot leuker kunnen maken? Als we hier alleen koken en niet meer hoeven bedienen, dat er geen mensen komen!” Denara lijkt met haar snelheid van praten wel bang te zijn, dat er straks geen tijd meer is om alles te vertellen wat ze kwijt wil. Paula is het er niet mee eens:”Dat kan natuurlijk niet, anders koken we hier voor niets.” “Ja,” zegt Belle “want iedereen moet hier komen eten. Voor alle mensen met honger is het gratis en het is dichtbij. We willen wél kunnen rennen, maar dat mag dan meestal niet.” Voordat Belle haar zin afheeft imiteert Denara een vreemde onbekende stem: “Anders raken we zogenaamd gewond.” Je zal er dertig van in de klas hebben. Allemaal aan een tafeltje en allemaal met een mening en beweegdrang. Daar is in die saaie school vast geen tijd en ruimte genoeg voor. Als er hier in de keuken dertig van die muffins rond zouden lopen zouden ze het ook vast saai vinden en dan zouden we Robbie vast niet meer zien. Robbie (12) zit al de hele tijd aan de andere kant van de tafel op zijn mobiel, maar hij heeft alles gehoord wat er is gezegd. Met een knalgroene broek en een sjieke bril op zijn neus besloot hij dat “Robbie” hier zijn alias is geworden. De dametjes zijn de keuken weer in gejaagd, zodat Robbie rustig tijd heeft om zijn verhaal te doen. Hij is veel meer dan de jongen die al heel snel zijn diagnose benoemt. “Het betekent dat ik dingen letterlijk opvat en dat het soms druk is in mijn hoofd.” Hij is dit schooljaar op een andere school begonnen, waar hij niet meer gepest wordt. Hij is goed in NASK en biologie. “Ik zit op VMBO-T”. Hij kijkt op het scherm van zijn telefoon. Meestal doet hij een spelletje of Whatsapp. Robbie heeft 1 vriend van zijn school waar hij mee appt en hij zit ook in de groepsapp van zijn klas, maar meestal typt hij daar niets in. Hij is blij met hotspot hutspot, want anders doet hij niet veel meer dan binnenzitten of fietsen. Robbie heeft echt alles gehoord en opgeslagen van het vorige gesprek, want hij beaamt wat de dametjes ook gezegd hebben: “Op Heijplaat is te weinig voor kinderen te doen. Als ik iets kon veranderen, dan zou ik eerst een supermarkt oprichten.” Op de vraag wat hij zou veranderen in de hele wereld:”Ik zou zorgen dat de mensen minder egoïstisch werden.” Robbie weet wel ‘wat’ hij zou veranderen, maar op de ‘hoe-‘ en ‘waarom-vraag’ heeft hij geen antwoord. Hij is veel meer, dan de diagnose die hij zelf ter sprake bracht. Bij ons in de keuken zegt hij er geen last van te hebben. “Het is helemaal niet moeilijk om me hier te concentreren. Als het kan, werk ik liever alleen, dat is rustiger.” Het wordt tijd om ook dit gesprek af te ronden, want er komen gasten binnen en Robbie gaat weer helpen. We moeten het nog even hebben over trots en over ‘later als je groot bent’. Robbie denkt kort na, maar weet het dan: “Trots, toen ik zo’n toetje mocht maken met appels en peren en pitten. Dat zag er mooi uit en toen dacht ik:’wow, heb ik dat gemaakt?’ En als ik groot ben, dan ga ik mijn rijbewijs halen en emigreren.” Hij heeft nog niet over zijn bestemming nagedacht, maar na hardop afwegen komt hij in Amerika terecht. Robbie vindt dingen en weet dingen, voor het hoe en het waarom moeten we maar bij iemand anders wezen. Daar is hij niet van. Hij heeft geen idee waarom hij naar Amerika zou willen emigreren.  “Dag Robbie, veel plezier in de keuken.” Zijn mobiel gaat in zijn broekzak en na het handen wassen staat hij al snel bij het hoofdgerecht. Je zal er maar 30 van in je klas hebben. Dan zal je vast balen dat je ze niet allemaal, de hele tijd en  tegelijkertijd alle aandacht kan geven die je zou willen.

 

 In een maatschappij die maakbaar denkt te zijn

In een koekje zit zout. Je proeft niet dat het erin zit, maar je proeft het wel als het er niet in zit.

De flat lijkt wel een camping met een karig recreatieprogramma. Elke verdieping heeft zijn geheimen en gesloten deuren. Sommige deuren gaan open, andere deuren maar soms en bij een groot aantal mensen, omdat er dan iemand binnenkomt en niet omdat de bewoner nog buiten komt.

Hoe hoger je woont, hoe mooier het uitzicht. De helft van de bewoners heeft de zon in de ochtend, de andere in de middag. De zorg loopt gelukkig niet in witte jassen door de gangen, maar zijn de lieve en geduldige krachtpatsers met te weinig tijd en geld en het hart op de goede plek die de gangen levendig houden.

Het winkeltje is al een tijdje weg. Op maandagmiddag zaten de eerste spelers al klaar om half 1 op hun vaste plek voor de bingo die om 3 uur ging beginnen, maar de bingo is niet meer: het is te duur geworden om prijsjes te kopen. Twee jonge bewoners van de flat hebben dit nog een tijdje zelf kunnen organiseren, maar helaas, het werd te lastig. De sjoelclub is hierna opgericht, maar heeft minder spelers dan de bingo.

Dagelijkse wandelingetjes, af en toe een sigaretje bij de ingang van de flat. Om 12:00u zitten mevrouw Hengst en mevrouw De Jong klaar voor een warm prakkie in ons restaurant.

Met de mooie temperaturen van dit jaar zat er nog wel een groepje bewoners buiten op het terras en zag je nog eens iemand, maar daarvoor is het tegenwoordig alweer te koud. Mensen schieten langs het restaurant de lift in en uit. Een enkeling heeft een autootje, sommigen sjokken met hun wagentje een keer per dag naar de buurtsuper. Er worden een paar hondjes uitgelaten.

Om 16:00 komt Maria voor een broodje kaas, gaat dan weer naar boven om haar medicijnen in te nemen en is 16:45u weer beneden om voorafgaand aan haar avondeten “1x brood met boter” te bestellen.

Om 16:15u schuift Gerrie binnen, stipt. Wat zou Gerrie de hele dag gedaan hebben? Al minstens 10 jaar niet in de buitenlucht geweest. Vaste plek in het restaurant, tegenover Maria, die ervan verzekerd kan zijn dat Gerrie haar plek bewaakt. Maanden geleden liep Gerrie nog met een rollator, maar het schuifelen lijkt best goed te gaan. Eerst maar een “kleine jus” voor Gerrie persen.

Om 17:00u begint de groepstafel van onze 40-,50-,60ers zich te vullen. Hier wordt nooit veel gepraat, maar om 17:30u altijd wel lekker gegeten.

Om 18:00uur zitten de drie seniore vriendinnen aan tafel 13 voor een warme maaltijd. Kritisch weten deze dames wat ze wel of niet in hun eten willen. Standaard een cappuccino als toetje.

De flat met lange verdiepingen en kleine kamertjes heeft een rustig ritme in een snelle stad. Vaste patronen, waar af en toe iets verdwijnt, maar waar afgelopen jaar wel meer diversiteit is gekomen door de komst van hotspot hutspot. Dit ‘dorp’ van twaalf etages is weer een buurt van de stad geworden. ‘Buiten’ komt niet meer alleen maar binnen om te zorgen. Allerlei pluimage komt naar binnen. Google eens op Stichting Fier. Lees eens terug in de bijdrages van #kleinrdam welke bijzondere verhalen de flat in zijn gekomen. Uw komst is voor ons ‘voormalig dorp’ veel meer dan alleen een drie-gangen-menu uit onze keuken naar uw tafel. Uw komst betekent voor heel veel prachtige bewoners dat ze weer bij Rotterdam horen.

December staat voor de deur en het bezoek in de kamertjes neemt toe, voor een aantal mensen. De lichten worden gedimd en er gaan meer kaarsjes aan. De brandweer zal wel weer een paar keer moeten komen kijken waar het alarm voor is afgegaan. 

Een trouwe lezer van #kleinrdam zei laatst: ”leuk geschreven, maar het doel van het verhaal ontgaat me soms.” #kleinrdam wil de stem zijn van de gewone bijzondere rotterdammer, die niet door iedereen wordt gezien. We proeven vaak niet dat ze er zijn. Het zijn vaak geen Hollywood-verhalen met een happy end, maar wel levens met (nieuwe) lichtpuntjes. In een maatschappij die maakbaar denkt te zijn, kom je vaak alleen maar mensen tegen die het zich allemaal anders hadden voorgesteld als kind. Ze zijn er, want we zouden het proeven als ze er niet waren.

lees ze allemaal op http://www.hotspothutspot.nl/tag/kleinrdam/

We zijn er allemaal één…

Met baard, zonder baard. Met bril, zonder bril. Altijd een kaal hoofd, altijd enthousiast, soms tijdens een hele maaltijd op zijn telefoon en altijd glutenvrij. Bijna langer dan iedereen die wekelijks in dit restaurant komt, zit Rolf toch wel 3 keer per maand te eten in ons restaurant. Soms 2 keer per week hetzelfde menu, maar met andere tafelgenoten. Soms met z’n tweeën, soms met z’n vieren. Vaak met z’n zessen en een enkele keer met 7 personen. Komt hij met groot gevolg, dan is dit met ‘de kookclub’, die te weinig tijd had om zelf te koken. Leuke groep, lief voor de kinderen, motiverend voor het personeel en als het nodig is kritisch tegen de chef. De enkele keer dat Rolf er zelf niet bij is, is hij toch degene die de reservering maakt.

Rolf, niet zijn eigen naam, is een prettige Rotterdammer met een warm hart. Hij zal een jaar of 55 zijn en docent van pubers op een ROC in een technische richting. Hij moet, met zijn manier van contact maken met mensen, ongetwijfeld goed liggen bij de meeste van zijn studenten.

Na wat doorpraten blijkt hij zich, een aantal jaar geleden, positief bemoeid te hebben met de komst van deze hotspot hutspot-locatie, toen hij deel uitmaakte van het wijkorgaan.

Elke keer dat een vaste gast weer komt eten, is het alsof ze een handje puzzelstukjes over zichzelf meebrengen. We zijn echt geen stalkers, maar leren mensen graag kennen. Rolf heeft er met deze informatie voor gezorgd dat de randen nu af zijn.

”Ik ga verhuizen!” “Echt niet!” “Ja hoor, maar ik blijf hier eten hoor!” Met die mededeling is Rolf een aantal maanden geleden weggetrokken uit de wijk en in een randgemeente gaan wonen. Zijn tijd in de stad zat erop en hij heeft met zijn partner een nieuw huis gekocht.

Als iemand verhuist, dan weet je dat het anders zal worden. Voor ons gelukkig niet. Rolf komt nog net zo vaak als anders de kachel een graadje hoger zetten. Het keukenteam weet inmiddels precies wat het betekent als Rolf binnenkomt: Geen bloem, geen pasta, geen kruisbesmetting, nog vaker je handen wassen en we mogen een creatief gezond desert bedenken. Geregeld is het nagerecht een finale van het weekmenu waar wel een paar gluutjes in zitten, dus dan zoeken we voor Rolf naar een smaakvolle oplossing. 

“Is hij er ook één, denk je?” vraagt opeens een jonge vrijwilliger in de keuken. “We zijn er allemaal één…”, antwoordt iemand droog. We besluiten het respectvol en met een goede timing te vragen: Hij is er één en de jonge vrijwilliger heeft meteen ook een openhartig verhaal. 

Zij zijn er twee. Er volgt een mooi gesprek over ‘zijn wie je bent’ en daar is tegenwoordig nog steeds niet overal plek voor. Soms moet je verhuizen en soms kan je dit op je werk of op school niet vertellen, omdat de omgeving er niet goed mee kan omgaan. Altijd weer die dekselse omgeving. Er zijn zojuist twee puzzels tegen elkaar aangeschoven en alle randen liggen nog wat steviger door wat kleurrijke verbindingsstukjes.

De kookclub had het laatst aan tafel over gouwe-ouwe-muziek en Abba en Rick Astley kwamen voorbij. De introtune van tv-serie Cheers had ook niet misstaan in dat gesprek: “…you want to go where everybody knows your name”.  Vaker horen we in restaurants van hotspot hutspot dat mensen er een gevoel van een huiskamer krijgen. We zijn er trots op dat we plekken hebben waar jong en oud, in alle vormen, kleuren en smaken zich veilig en thuis voelen.

Ons laatste glutenvrije desert voor Rolf waren mooie plakken grapefruit in een beetje bruine suiker gebakken. Daarover slagroom met een drizzle van honing. We zullen volgende keer de grapefruit beter laten afkoelen voordat de slagroom erover gaat, want die smolt en de tegel werd een klein beetje een zooitje. Gelukkig is Rolf een tevreden en dankbaar mens en vond hij het wel lekker.

lees er hier meer: http://www.hotspothutspot.nl/tag/kleinrdam/

“Het is niet makkelijk hoor op Zuid om positief te zijn…”

Boxershort, korte broek, trainingsbroek en spijkerbroek aan. Nette sneakers, een trainingsjasje van een grote Europese voetbalclub en een klein tasje schuin om de nek. Rico, niet zijn echte naam, is wel een beetje een baas. Hij zou zomaar 21 kunnen zijn, maar hij is 16. Examenjaar basis-kader op een nieuwe school.

Je zou achter dat altijd vriendelijke gezicht niet verwachten dat hij door een geweldsincident een nieuwe school heeft moeten zoeken. Een positief gezicht waar geen wantrouwen of agressie op te bespeuren valt. Elke, soms onnozele, vraag wordt op zijn minst ondersteund door een ietwat sullige glimlach. Hoe groot moet het verschil in werelden zijn (geweest) waar Rico in leeft. School, thuis, straat en nu ook Hotspot Hutspot. 

Opgegroeid in West en op Zuid: “Ik was 7 of 8, toen maakte ik voor het eerst een steekpartij mee, maar ik besefte niet wat dat was, dus het deed me niets. Maar de wereld klopt eigenlijk niet. Terrorisme? Ik weet echt niet wat ik er van denken moet.”

Rico weet wat er te halen valt, hoe lang hij er voor nodig heeft om het te regelen en hoeveel iets kost. Hij lijkt het allemaal al wel gezien te hebben: wapens, drugs, diefstal, snel geld. Gezien dus! Aan de erge dingen heeft hij nooit meegedaan, maar een fiets op straat is toch eigenlijk van iedereen. Buiten, in zijn wereld.

Hij vertelt over een paar zaakjes waar hij nooit mee in de problemen is gekomen en schrikt van een gemene suggestieve vraag. Met grote open ogen en zijn mond open kijkt hij op en zegt niets. Hij lijkt het liefst uit die wereld weg te blijven. Hij schetst een beeld van zichzelf dat ook helemaal niet bij de Rico die wij kennen past.

“Het is niet makkelijk hoor op Zuid om positief te zijn, je weet niet wie je kan vertrouwen.” Je ziet hem nadenken over de vraag of hij rolmodellen of goede voorbeelden heeft in zijn leven. Hij komt er niet uit.

“Vroeger wilde ik alleen maar voetballen, lachen, alles. Nu wil ik mij focussen op school en muziek maken. Ik wil positief zijn en mijn downkanten laten verdwijnen.” Rico vertelt over zijn schoolwissel, hoe hij zich in het nauw gedreven voelde en niet geleerd had op een andere manier te reageren. Hij zou het zo weer doen in dezelfde situatie, maar heeft er wel van gebaald. Hij wil zijn moeder dit allemaal niet aandoen. Zijn rapteksten zijn voor een groot gedeelte ook negatief van aard, maar daar wil hij verandering in brengen, het woord positief valt wederom.

Hoe komt zo’n jongen als jij bij hotspot hutspot terecht? “Via mijn broer zijn stage. Hij heeft mij meegenomen en toen ben ik gebleven. Het is hier positief, ik heb altijd zin om te gaan.” Het woord ‘positief’ valt weer.

Wij zien Rico graag komen. Vaak op tijd, geen sneltrein en we zien hem nog niet meteen een kookboek schrijven, maar hij geniet, heeft lol, klaagt amper en we kunnen hard om hem lachen. Onze keukencowboy: met twee schoonmaaksprays gewapend valt hij de afzuigkap aan. Als een logge diesel voert hij zijn opdrachten (uiteindelijk) echt wel uit. Als je goed kijkt, is hij veel minder lui en ongeïnteresseerd dan je zou denken.

Succes met je examenjaar Rico, we hebben genoeg rustige plekken in het restaurant om te gaan zitten leren, als je dat nodig hebt. Je bent welkom en kunnen jouw vrolijkheid goed gebruiken. Als alles klopt wat je zegt, snap dan, dat jij een positief voorbeeld voor anderen kunt zijn. 

meer verhalen hiero: http://www.hotspothutspot.nl/tag/kleinrdam/

“Meneer, u bent hersteld, u kunt weer aan het werk.”

Wesley, niet zijn echte naam, is rond de veertig en werkt al een tijd bij hotspot hutspot. Hij is zorgvuldig, vriendelijk naar de gasten en één van onze paradepaarden in de bediening. Zijn bar, zijn domein. Voordat de gasten binnenkomen staat alles klaar op een vaste plaats. Sinaasappels op hun vaste plek, de pen is gecontroleerd, drankjes in de koelkast bijgevuld en de kassa staat aan. Maar wat nou als de gember op net een andere plek geleverd is dan normaal gesproken? Dan wordt het lastig, want het systeem moet kloppen.  “Weet jij waar de gember ligt, want volgens mij is er geen gember.” De gember was er wel, maar het systeem was uit balans.

Ooit was hij ICT-er en leverde knap werk. Software, hardware, kabeltjes, computerschermen, enter en dubbelklik. Toen kwam de burnout, die het hele roer omgooide. Als eerste stap na een vervelende periode, is Wesley bij hotspot hutspot terecht gekomen. Verder een goede vriend, een stevige band met zijn moeder en zijn zus, een krantenwijk en dus werk bij hotspot hutspot. Daar bestaat Wesley zijn wereld voor een groot gedeelte uit. Hij heeft een eigen flat in de stad en het kan niet anders of het is daar netjes en schoon en Wesley zal daar nooit lang hoeven zoeken om iets te vinden.

Het is mooi als iemand ons verlaat, wanneer hij daar aan toe is, maar tot die tijd blijf je gerust bij ons. “Het is hier leuk, het is gezellig en leerzaam, want met de ene persoon kan ik beter opschieten dan met de andere. Gasten bedienen vind ik fijn. Ik zorg dat ze hun drinken krijgen en serveer het eten bij hun op tafel.” Maanden geleden ging dit nog weleens met stevige hand en kon je het hoofdgerecht uit de verte horen landen op een tafel. Maar ervaring leert, en tegenwoordig doet Wesley dit al een stuk eleganter.

Wesley is bij ons als honing in de thee. Als je hem iets beter kent, zie je hem genieten op dagen die lijken op de vorige. Als je hem nog niet zo goed kent, zul je je best moeten doen om iets dichterbij hem te komen. Loopt op een dag alles anders, dan heeft hij een paar vriendelijke extra handen nodig bij zijn taken. “Zijn taken”, want als hij klaar is, dan zit zijn werk erop. Dit lijkt soms wat oncollegiaal dat hij al klaar is, terwijl zijn collega’s nog staan te poetsen, maar met zijn eigen takenpakket werkt het systeem voor hem het beste. Een klein beetje mokkend helpt Wesley dan altijd nog wel even, maar hij weet precies wanneer hij zijn favoriete bus heeft gemist, want hij was tenslotte op tijd klaar.

Goed nieuws! Wesley is volledig arbeidsgeschikt verklaard en mag weer aan het werk. 

Moet aan het werk… misschien nog niet zo’n heel goed nieuws dus.

Een mevrouw, in de stad, in een pand, in een kantoor, achter een bureau met een computer heeft besloten, dat deze meneer met dit dossier weer alles kan.

Wesley is hier wel van geschrokken. Ja natuurlijk wil niemand leven van een uitkering alleen, maar wat moet hij gaan doen dan? Als voormalig ICT-er is hij die kennis wel aardig kwijt en er zijn ondertussen al zoveel ontwikkelingen waar hij niet van op de hoogte is. Over een andere branche heeft Wesley eigenlijk nog nooit nagedacht. Heeft de mevrouw misschien een traject voor ogen? Bij hotspot hutspot proberen we alles ook altijd net iets moeilijker te maken, dan iemand denkt dat hij aankan, misschien dat het wel lukt. Dus misschien lukt het Wesley wel, om deze volgende stap te zetten, maar de wereld buiten het leven dat Wesley kent, is spannend. Veranderingen zijn toch niet perse nodig, dan moet je meteen weer je hele systeem aanpassen.

Beste mevrouw, heeft u een plan voor een leuke baan met fijne begeleiding? Heeft u een ander goed idee, om deze sprong in Wesley zijn carrière te voorzien van een soepele landing? Wesley hoort het graag van u en u bent van harte welkom om hem aan het werk te zien. Zijn gember-citroen thee is zeer de moeite waard.

“Ja, de president!”

Opgeleid als leraar Engels in één van de brandhaarden in deze wereld, werkt hij nu alweer een paar maanden, drie keer in de week in ons restaurant. Trouw, nederig, altijd vrolijk, beleefd en steeds zelfstandiger. In het begin kon hij nog geen pan met water vullen zonder te vragen hoe dit moest, tegenwoordig staat hij met zijn vertaal-app ernaast zelfstandig een heel gerecht te bereiden. Laten we hem Gijs noemen.

Z’n vrouw en kinderen waren ooit vooruit gereisd, waardoor hij, toen hij in Nederland aankwam, zich snel bij hun kon aansluiten in hun appartementje op Zuid.

Afgekeurd om een slechte rug is Gijs bij hotspot hutspot komen aanwaaien. Regelmatig staat hij tijdens het werk geleund zijn pijn te onderdrukken. Of zit hij ergens vijf minuten gehurkt. Veel non-verbale communicatie <een hand op de onderrug en een zucht> en een groeiend Nederlands vocabulair: ”Het gaat, over twee minuten”.

Inmiddels heeft hij de lef om door te vragen als hij iets niet begrijpt, want in het begin leverde dit weleens spannende momenten op in het restaurant. “Begrijp je het?” “Jaja”, bleek dan weleens “neenee” te hebben betekend en moest er a la seconde nog een pan rijst ergens tevoorschijn worden getoverd. Trots moet hij regelmatig eerst nog een foto maken, voordat een gerecht bij een gast terecht komt.

Nog een paar maanden en Gijs kwam in aanmerking voor een Nederlandse nationaliteit. “Of er wilde dieren in zijn geboorteland zijn”, werd een keer aan de personeelstafel gevraagd: “Ja, de president!” zei hij toen lachend.

En toen kwam die dag in Rotterdam, dat er een te grote schep zout in zijn soep kwam: Ruzie thuis. Hij weet nog steeds niet waarom eigenlijk, maar hij kon wel zijn spullen pakken en op zoek naar een slaapplek. Na een paar dagen bij vrienden is hij bij een nachtopvang terecht gekomen. Eigenlijk moet elke lezer nu even een adempauze laten vallen. Ga rustig even de hond uitlaten voor je verder leest en bedenk dan ondertussen wat dit voor je zou betekenen.

Geholpen door een jurist leert Gijs er nu een heleboel woorden bij. Hij heeft in rap tempo een heleboel ambtelijke taal en woorden als:”nee, misschien, geduld, helaas” geleerd.

Terwijl hij nu ’s avonds voor 10 uur binnen moet zijn om één van de 12 bedden op slaapzaal 6b te kunnen beslapen, blijft hij ondertussen heel veel leuke foto’s en positieve smilies op social media-kanalen plaatsen. Heel even dachten we dat we hem konden helpen, door ergens een kleine kamer, een plek voor hem zelf te regelen, in ruil voor zijn vrijwilligersvergoeding. Een beetje huisraad zou ook gemakkelijk te regelen zijn geweest. Maar dan zou zijn urgentieverklaring ongeldig worden, waarmee hij hopelijk zo snel mogelijk op zijn eigen plek zou kunnen herstarten, dan zou hij eindelijk zijn dochtertjes weer kunnen ontvangen. 

“Ze zijn hier in de nachtopvang dronken en gebruiken drugs en er is elke week wel een paar keer politie, ik blijf uit de problemen hoor, ik heb al genoeg aan mijn hoofd.” Trouw, nederig, altijd vrolijk, beleefd en steeds zelfstandiger. Hier worden we stil van bij hotspot hutspot en doet ons verlangen naar een hotspot hutspot hotel.

Wij zijn blij met Gijs, wat een fijn mens. Hij is bij ons welkom zo lang als hij bij ons zijn hotspot vindt. We blijven zoeken naar manieren om hier en daar wat extra schuim op zijn cappuccino te schenken.

Gijs: als je straks een eigen plek hebt, er staat al een oude xbox met spellen en een spiegel voor je klaar, die zijn mensen laatst komen brengen voor hergebruik.